Willem Hendrik Gispen

Willem Hendrik Gispen (1890-1981) is voor veel Nederlanders de grondlegger van de fabrieksmatige productie van designmeubilair. Hij maakte echter veel meer dan alleen meubelen. Tot op de dag van vandaag worden de tafels, stoelen, lampen en woonaccessoires in grote aantallen verkocht in binnen- en buitenland.

 

WH Gispen met J Roede
De redenen voor Gispen's grote populariteit en zijn ontwerpen, zijn door veel mensen beschreven. De woorden - ingetogen mooi - sober - eerlijk en sierlijk - elegant en functioneel, geven aan wat Gispen wilde bereiken: producten die passen in de tijdgeest met een individuele schoonheid. En, industrieel vervaardigd.
 
 


Gispen begreep de noodzaak van industriële productie en toch maakte hij bij voorkeur voor elke klant een aangepast product. Hij speelde met vormen en materialen en paste ontwerpen moeiteloos aan naar wensen van architect of opdrachtgever. Feit is: bijna 90 jaar na de eerste seriematig geproduceerde ontwerpen die door klanten konden worden gekocht, worden nog steeds zeer gewaardeerd. 


OPLEIDING

Willem Gispen groeide op in Utrecht en Amsterdam. Hij volgde de opleiding voor onderwijzer en had een aantekening voor het geven van Frans. Hij heeft een korte tijd Franse les gegeven. Op 22 jarige leeftijd besloot hij een opleiding te gaan volgen aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen (tegenwoordig: Willem de Kooning Academie). Hij moet in die tijd beïnvloed zijn door de nieuwe manieren van bouwen, conform de 'Nieuwe Kunst' (Art Nouveau), in met name de grote steden. Zijn leraar W. Kromhout heeft volgens diverse bronnen ook een grote invloed op hem gehad.
 

 

Hoewel hij de opleiding niet heeft afgemaakt, mede vanwege de eerste wereldoorlog, kwam hij in deze jaren wel in contact met mensen die ook in latere jaren belangrijk voor hem zijn geweest zoals de ontwerper Ch. Hoffmann en architect L.C. van der Vlugt. Ook werkte hij een tijdlang als vrijwilliger bij een van zijn leraren die een eigen architectenbureau had, J. van Wijngaarden.

JONGE ONDERNEMER

In deze periode moet bij hem het idee zijn ontstaan dat het met een eigen bedrijf mogelijk werd om zijn eigen ontwerpen te produceren. In 1916 kocht hij voor ƒ 250,- een metaalwerkplaats (eigenlijk een veredelde smederij) aan de Coolsestraat in Rotterdam. Na aanvullende investeringen in machines voor metaalbewerking begint hier de productie van siersmeedproducten maar ook kachels, lampen en woonaccessoires. Na 3 jaar is het bedrijf al flink gegroeid en wordt een ander, veel groter, pand betrokken aan de Voorhaven in Rotterdam Delfshaven. Daar werd ook de naam veranderd in Gispen’s Fabriek voor Metaalbewerking N.V.

In 1920 is Gispen medeoprichter van de architectenkring 'Opbouw' in Rotterdam. Vooraanstaande leden als Oud, Van der Vlugt en anderen discussieerden over bouwstijlen en moderne bouwmaterialen en uiteindelijk ontstond hier de basis voor de bouwstijl die we nu kennen als het 'Nederlandse Functionalisme', ook wel 'De Nieuwe Zakelijkheid' of, met name voor kunst 'De stijl'.

Leden van 'Opbouw' lieten producten maken bij Gispen waardoor een snel groeiende, vaste klantenkring ontstond. In deze periode begon Gispen ook zelf steeds meer producten te ontwerpen, met name lampen, en de omzet groeide snel. Zeer belangrijk voor de ontwikkeling van Gispen als ontwerper van commercieel succesvolle producten was zijn bezoek aan de beurs van Parijs in 1925. Hier ontmoette hij collega-ontwerpers als Le Corbusier. Ook ontwerpers die verbonden waren aan het Bauhaus, zoals Stam, Breuer en Van der Rohe, werden een bron van inspiratie voor de jonge Gispen.

In 1926 werden de eerste producten in de GISO-collectie uitgebracht. De lampen werden direct een groot succes. Binnen een paar jaar opende Gispen diverse filialen in Nederland en ook in de omringende landen als België, Engeland en Frankrijk.

 
INDUSTRIALISATIE

De bouw, en uiteraard de inrichting van de Van Nelle Fabriek, kan worden gezien als het startpunt van machinale serieproductie van meubilair in de fabriek van Gispen. Hiervoor waren naast nieuwe producten vooral ook nieuwe machines noodzakelijk. Van Nelle was een grote en belangrijke klant maar de beurskrach in New York in 1929 zorgde ervoor dat ook Gispen geraakt werd door de grote crisis. Het bedrijf werd met behulp van diverse geldschieters gered van de ondergang maar de eis was wel dat het bedrijf gereorganiseerd zou worden. Ook werd een mede-directeur aangesteld, de architect W. van Osselen.

De crisis van de jaren ’30 zorgt voor een verandering in de opvattingen over design. De strenge regels van de nieuwe functionaliteit, de Stijl en het Bauhaus werden verzacht en er werden weer meer decoratieve elementen toegepast. Dit is onder andere goed te zien in de Gispen 412 fauteuil. Deze stoel kenmerkt zich door een veel meer ronde vormgeving en het zeer karakteristieke, licht naar boven gebogen uiteinde van de armlegger (ook wel 'kontje' genoemd) werd door fans van strakke vormgeving als een 'verzwakking' aangeduid. Het succes van de geïntroduceerde modellen was echter dermate groot dat de omzet weer snel groeide en een uitbreiding van de fabriek noodzakelijk was. In 1935 verhuisde het bedrijf naar Culemborg waar het tot vandaag is gevestigd.

Willem Gispen was in deze periode voornamelijk bezig met ontwerpen van producten maar ook de vormgeving van de catalogi hadden zijn aandacht. Voor velen is het grafische werk van Gispen een relatief onbekend fenomeen. Echter, door het inhuren van top-vormgevers, illustratoren en fotografen kreeg Gispen ook grote bekendheid vanwege de vormgeving van zijn marketingmaterialen.

 

Gispen-brochures-classics

 

VERTREK

Vanuit Duitsland werden sommige ontwerpen van Gispen beschuldigd van plagiaat. Met name de 'achterpootloze stoel' van Mart Stam zou door Gispen gekopieerd zijn. Hier zijn diverse rechtzaken over gevoerd die uiteindelijk geen sluitend oordeel opleverden. Dit kwam met name omdat Stam niet het alleenrecht kon claimen (hij was onderdeel van een designcollectief in loondienst). Het patent op de constructie nooit is vastgelegd.

Er ontstond in toenemende mate spanning tussen Gispen en Van Osselen over het te voeren beleid. Gispen was de creatieve geest die bij voorkeur voor elke klant een ander product wilde ontwerpen. Van Osselen had zich ontwikkeld tot een moderne industrieel die grote kansen zag in de seriematige productie van stalen meubelen en bijvoorbeeld ook telefooncellen. In de oorlog werd de fabriek gedwongen om onderdelen te maken voor de Luftwaffe. Willem Gispen zat enige tijd gevangen in Scheveningen vanwege de mede-ondertekening van het protest tegen de Kulturkammer. Na zijn vrijlating trok hij zich terug en schilderde om de tijd door te komen.

Na de oorlog verslechterde de verstandhouding tussen de beide directeuren in hoog tempo. Uiteindelijk verliet Gispen in 1949 het bedrijf en verkocht hij zijn aandelen. In 1953 startte hij het bedrijf KEMBO samen met Ru Meijer. Hij heeft tot op latere leeftijd producten ontworpen. In vele musea staan originele ontwerpen van zijn hand. Willem Hendrik Gispen behoort tot de beste Nederlandse ontwerpers met groot aanzien tot ver buiten de Nederlandse grenzen.

 

Willen Hendrik Gispen op leeftijd 

 

Tips om verder te lezen:

Bauhaus 1919-1933

De Stijl

Goed Wonen

GISO

Van Nelle Fabriek Rotterdam

Huis Sonneveld